3084 / ACN
Besluit op bezwaar
30 maart 2004

Ongegrondverklaring van bezwaar van alarmcentrale tegen afwijzing klacht tegen SIMN en daarin samenwerkende alarmcentrales.

Art. 24 Mw.

Misbruik economische machtspositie. ~ Klacht van alarmcentrale tegen SIMN en daarin samenwerkende alarmcentrales wegens misbruik e.m.p. ~ In het primaire besluit heeft de d-g NMa de klacht afgewezen. ~ Exclusiviteit maakt onderdeel uit van het Aanbestedingsreglement 2002 van SIMN, welk reglement een nadere, niet mededingingsrechtelijke bezwaarlijke, detaillering c.q. uitwerking vormt van het Aanbestedingsreglement 1999, voor welk reglement i.h.k. van de BIM een inmiddels onherroepelijk geworden ontheffing tot 1 april 2004 is verleend. Gelet hierop kan deze bezwaargrond geen doel treffen. ~ Klager heeft niet onderbouwd dat wel degelijk sprake zou zijn van bedreigingen van (potentiële) afnemers van klager. Zij heeft getuigenverklaringen aangekondigd, maar deze zijn uitgebleven. ~ Onvoldoende is gebleken dat boycotacties plaatsvinden. ~ Bezwaar ongegrond.


BIK: 632 Overige dienstverlening voor het vervoer n.e.g.

Klacht en primaire besluit

In juli 2002 heeft Alarm Centrale Nederland B.V. (“ACN”) een klacht ingediend bij de d-g NMa. ACN is een alarmcentrale die zich richt op het herstellen van de mobiliteit van gestrande automobilisten. De klacht richtte zich tegen Stichting Incident Management Nederland (“SIMN”) en tegen de in SIMN samenwerkende alarmcentrales. In haar klacht geeft ACN aan dat zij concurreert met de in de SIMN samenwerkende alarmcentrales. Deze alarmcentrales en de SIMN doen er volgens ACN alles aan om een nieuwe concurrent van hun markt te weren. Zo wordt onder meer aan bergingsbedrijven te verstaan gegeven dat zij beter niet met ACN in zee kunnen gaan. Ook stellen de bij SIMN aangesloten alarmcentrales ACN in een kwaad daglicht bij potentiële klanten, zoals leasemaatschappijen, en geven zij aan dat ACN geen deel uitmaakt van SIMN en daartoe ook niet kan toetreden. Individuele bergingsbedrijven geven aan dat zij niet meer voor ACN kunnen werken, omdat dat in strijd is met het aanbestedingsreglement 2002 van de SIMN. Dusdoende, aldus ACN, handelt/handelen SIMN en/of in de SIMN samenwerkende alarmcentrales in strijd met artikel 24 Mw.

Bij besluit van 5 februari 2003 heeft de d-g NMa de klacht afgewezen. Ten aanzien van de door ACN gewraakte bepaling uit het Aanbestedingsreglement 2002 wordt in het bestreden besluit overwogen dat deze niet als mededingingsrechtelijk bezwaarlijk kan worden aangemerkt, aangezien deze bepaling in het verlengde ligt van het gegeven dat de facto bepaalde bergers exclusiviteit genieten voor hun rayons. Deze situatie is ontstaan als gevolg van de “Bergingsregeling Incident Management” (hierna: BIM). Ingevolge de BIM, waarvoor de d-g NMa bij besluit van 30 maart 1999 een ontheffing heeft verleend, is er een rayonering voor heel Nederland vastgesteld, waarna (door middel van aanbesteding) per rayon één berger voor een periode van drie jaar zal worden geselecteerd. Daarnaast is toetreding tot SIMN, gelet op artikel 6 van de Statuten van SIMN, wel degelijk mogelijk. In zoverre is geen sprake van misbruik van machtspositie door SIMN.

“12. Verder heeft de NMa bij het merendeel van de door ACN genoemde bergingsbedrijven en leasemaatschappijen navraag gedaan omtrent de door ACN gestelde negatieve mededelingen en uitlatingen van de zijde van bij SIMN aangesloten alarmcentrales of SIMN zelf. Hieruit bleek dat slechts enkele bergers door SIMN danwel een of twee daarbij aangesloten alarmcentrales mondeling te kennen zou zijn gegeven om niet met ACN in zee te gaan. Hiervan is geen schriftelijk bewijs. De contacten met deze strekking vertoonden voorts vaak grote samenhang met de hiervoor weergegeven bepaling uit het aanbestedingsreglement, welke bepaling niet in strijd is met de Mededingingswet om redenen zoals hiervoor onder randnummer 11 aangegeven. Ook gelet hierop bestaat geen aanleiding om te concluderen dat sprake is van strijd met artikel 24 Mw.”

Beoordeling van het bezwaar

“20. Ten aanzien van de stelling dat de NMa juist aan de alarmcentrales in de SIMN een optimale concurrentiebescherming biedt door de gewraakte clausule toe te staan, overweegt de d-g NMa het volgende. Bovengenoemde bepaling maakt onderdeel uit van het Aanbestedingsreglement 2002, welk reglement een nadere, niet mededingingsrechtelijke bezwaarlijke, detaillering c.q. uitwerking vormt van het Aanbestedingsreglement 1999, voor welk reglement in het kader van de BIM een inmiddels onherroepelijk geworden ontheffing tot 1 april 2004 is verleend. Gelet hierop kan deze bezwaargrond geen doel treffen. Bovendien gaat het hier niet om alle bergingen, zoals ACN lijkt te betogen, maar eerste bergingen in het kader van de door de SIMN uitgevoerde BIM. De regeling is mitsdien niet van toepassing op de zogeheten “tweede berging” (het vervolgtransport van de veilige plaats naar de eindbestemming). In dit verband kan ook nog worden gewezen op het feit dat de d-g NMa bij besluit van 18 maart 2003, nummer 3124/73, de bij besluit van 30 maart 1999 verleende ontheffing gedeeltelijk heeft ingetrokken. Hierdoor is de met de uitvoering van de BIM gepaard gaande exclusiviteit voor bergingsactiviteiten op het onderliggende wegennet (met uitzondering van een aantal nader genoemde wegen) weggevallen.

21. Voor zover ACN betoogt dat in weerwil van het door de NMa verrichte onderzoek wel degelijk sprake is van bedreigingen van (potentiële) afnemers van ACN volgt de d-g NMa ACN hierin niet. ACN heeft haar betoog dienaangaande niet onderbouwd maar gesteld dat de situatie anders ligt dan de resultaten van het onderzoek van de NMa uitwijzen. Nu ook overigens niet is gebleken dat sprake is van bedreigingen, die wijzen op overtreding van de Mededingingswet, treft deze bezwaargrond geen doel.

22. Bij het voorgaande speelt een rol dat ACN niet is overgegaan tot het inbrengen van getuigenverklaringen die staven dat sprake is van de door haar geschetste praktijken, hoewel ACN dat wel heeft aangekondigd.

23. In het licht van het voorgaande overweegt de d-g NMa ten aanzien van de laatste bezwaargrond dat haar onvoldoende is gebleken dat de gestelde met het Mededingingsrecht strijdige boycotacties plaatsvinden, temeer nu ACN ter hoorzitting heeft aangegeven dat een aantal alarmcentrales wel degelijk met AVN zelfs wil samenwerken.

Besluit

De d-g NMa verklaart het bezwaar ongegrond.

Volledig besluit

Copyright Amilla