3310 / Nederlands Tandtechnisch Genootschap
Besluit
26 april 2004

Boete voor ondernemersvereniging van tandtechnici wegens overtreding art. 6 Mw door het geven van prijsadviezen aan de leden.

Art. 6 Mw en 81 EG.

Mededingingsbeperkende afspraken (horizontaal). Ondernemersvereniging. Art. 6 Mw. ~ Vanaf 1998 t/m de datum van het rapport (december 2003) verstrekte het NTG aan haar leden ‘referentielijsten’, waarop voor ruim 500 kostenposten een code en een adviestarief was vermeld. De tarieven werden tweemaal per jaar aangepast. Het NTG stimuleerde haar leden de adviestarieven te hanteren. ~ Er is sprake van een besluit van een ondernemersvereniging dat naar haar aard de mededinging beperkt. ~ Aan merkbaarheidsvereiste is voldaan, o.a. doordat ca. de helft van de tandtechnische laboratoria (die ca. 70-80% van de omzet behalen) lid is van het NTG. ~ Interstatelijk effect, aangezien de referentielijst betrekking heeft op heel Nederland en gransoverschrijdende levering mogelijk is. Import uit o.a. België en Duitsland vindt plaats.~ Strijd met art. 6 Mw en 81 EG. ~ Boeterichtsnoeren worden niet toegepast, aangezien dit tot evidente onbillijkheid zou leiden. Er is sprake van zware overtredingen. Rekenfactor zou 0,5 zijn geweest. ~ Duur van overtreding is 5 jaar en 11 maanden. ~ Boete EUR 400.000. ~ Last onder dwangsom gedurende 2 jaar. inhoudende dat referentielijsten van website moeten worden verwijderd. Opschortende werking van bezwaar en beroep t.a.v. last opgeheven.

BIK: 331 Vervaardiging van medische apparaten en instrumenten en orthopedische en protheseartikelen.

Onderzoek en rapport

De d-g NMa heeft ambtshalve een onderzoek ingesteld, dat was gericht op de door het Nederlands Tandtechnisch Genootschap (“NTG”) gepubliceerde referentie-/coderingslijsten (“referentielijsten”). In mei 2003 hebben NMa-ambtenaren een bedrijfsbezoek afgelegd bij het secretariaat van het NTG. Voorts heeft de NMa schriftelijk vragen aan het NTG gesteld en heeft de NMa mondelinge inlichtingen ingewonnen bij de bureausecretaris van het NTG. Op 11 december 2003 is rapport opgemaakt wegens het vermoeden van overtreding van art. 6 Mw door het NTG, door ten minste van 1 januari 1998 t/m 11 december 2003 minimaal tweemaal per jaar een lijst met adviestarieven voor tandtechnische werkstukken en handelingen vast te stellen en te verspreiden onder zijn leden en activiteiten te ontplooien om de naleving van deze lijst te stimuleren.

Feiten

Het NTG is een ondernemersvereniging. Haar leden zijn ondernemingen die zich hoofdzakelijk bezighouden met het vervaardigen van tandtechnische werken voor derden (hoofdzakelijk voor tandartsen).

De NTG-referentielijst omvang zo’n 40 pagina’s met een opsomming van ruim 500 verschillende posten met een 4-cijferige code en met vrijwel altijd een tarief in guldens/euro’s erachter. Als bijlage bij het besluit zijn ter illustratie een aantal pagina’s van de referentielijst per 1 april 2002 opgenomen.

“In de onderzochte periode past het NTG de referentielijst twee maal per jaar aan, namelijk voor januari en voor april. Het NTG stuurt de referentielijst, samen met het Genootschapsbulletin, ook twee maal per jaar naar zijn leden. Het publiceert de referentielijst vanaf begin 2000 bovendien op het gedeelte van zijn website, dat alleen toegankelijk is voor leden. Daarnaast stuurt het de referentielijst naar het bestuur van de VLHT, de NMT, de Associatie Nederlandse Tandartsen (hierna: ANT) en de Organisatie van Nederlandse Tandprothetici (hierna: ONT). Bovendien ontvangt het CTG een exemplaar van de referentielijst. Individuele tandartsen kunnen de referentielijst, tegen een bepaald tarief, opvragen bij het NTG.

23. Sinds december 2000 wijst het NTG de leden er bij de toezending van de aangepaste referentielijst op dat zij vrij zijn eigen tarieven te bepalen. Daarbij brengt het NTG bij de leden ook onder de aandacht dat het gebruikelijk en gunstig is de tarieven rondom 1 januari en 1 april aan te passen. Gedurende de jaren 2000, 2001 en 2002 voegt het NTG bij het desbetreffende Genootschaps- bulletin een voorbeeldbrief die zijn leden kunnen gebruiken om de tandartsen (lees: afnemers) op de hoogte te stellen van de tariefaanpassingen.”

“25. Onder de noemer “Correct Calculeren” ontwikkelt het NTG verschillende activiteiten, waarbij het gebruik van de referentielijst voorop staat. […] Het NTG ziet het als een belangrijke taak om de leden te leren ondernemen en met name te leren correct te calculeren. Het NTG zou zijn leden hierbij stapje voor stapje een handreiking leveren om zich te beschermen tegen de ‘boze buitenwereld’ (o.a. tandartsen). Volgens de bureausecretaris van het NTG zouden tandtechnici namelijk structureel aan de onderkant van de marge zitten en niets weten van ondernemerschap.”

“29. Een andere activiteit van het NTG waarbij de NTG-referentielijst gebruikt wordt, is in het kader van de Genootschapspractica. […] Het onderwerp van dit practicum is het juist hanteren van de coderings- en tarievenlijst.”

Juridische beoordeling

Procedureel

Volgens het NTG heeft de NMa zich ten onrechte beperkt tot het analyseren van gegevens die afkomstig zijn van het NTG. Enig onderzoek onder de leden van het NTG, met name op het gebied van het door zijn leden gehanteerde prijsbeleid, is niet verricht. Aldus zou sprake zijn van zeer eenzijdig onderzoek.

“48. De d-g NMa verwerpt de door het NTG opgeworpen gedachte dat het niet-verrichten van onderzoek onder de leden van het NTG, betekent dat het onderzoek ‘zeer eenzijdig’ is (geweest). De NMa heeft haar onderzoek naar de gedragingen van het NTG overeenkomstig het zorgvuldigheidsbeginsel verricht. Op grond van de aldus verrichte onderzoeksactiviteiten en het opgebouwde dossier heeft de d-g NMa zich een evenwichtig beeld van de branche, de betrokken gedragingen en de juridische en economische context, voorzover relevant, kunnen vormen.”

“49. Naar aanleiding van de stelling dat de NMa door de publiciteit die aan dit onderzoek is gegeven artikel 6 EVRM, alsmede het zorgvuldigheids- en het evenredigheidsbeginsel heeft geschonden, merkt de d-g NMa het volgende op. Hetgeen door de NMa in deze zaak naar buiten is gebracht betreft niet meer dan waartoe het onderzoek en het naar aanleiding daarvan opgestelde rapport een basis bieden. Het feit dat via de media communicatie plaatsvindt over de bevindingen van de NMa naar aanleiding van het onderzoek, doet daaraan niet af. De NMa geeft in haar communicatie met de pers met betrekking tot rapporten aan dat het gaat om een vermoeden van een overtreding en dat de NMa nog geen definitief oordeel heeft gegeven over de inbreuk en een eventueel op te leggen boete.”

Het NTG heeft ook na 1998 haar gedragingen voortgezet

[Het NTG wijst vanaf december 2000] bij de halfjaarlijkse toezending van de aangepaste referentielijst in de desbetreffende Genootschapsbulletins de leden erop dat zij vrij zijn eigen tarieven te bepalen. Daarnaast is nog in het Verslag van de secretaris over 2002 onder het kopje “Tarieven” een expliciete uitlating te vinden over de NMa en het maken van eigen tarieven […]. Echter dergelijke woorden kunnen niet verhullen dat het NTG de onderzochte gedragingen, ook na 1998, onverkort heeft voortgezet, zelfs heeft geïntensiveerd. […] Daarenboven zijn, zoals uit het navolgende blijkt, in de documenten van het dossier aanwijzingen te vinden die erop duiden dat het NTG zijn gedragingen heeft willen verbergen en verbloemen.

67. [Het NTG heeft de naam van ‘coderings- en tarievenlijst’ in 2000 veranderd in ‘referentielijst’.] […] Bovendien verkondigt het NTG terzake van de prijzen op diezelfde lijst in 1998 nog dat het adviesprijzen betreft en dat de leden deze dienen te handhaven: […].

68. Voorts constateert de d-g NMa in diverse documenten dat het NTG zich bewust is van de Mededingingswet en de NMa en er desondanks voor kiest zijn gedragingen met de tarieven van de referentielijst voort te zetten. Daarbij maakt het NTG duidelijk dat het zoekt naar andere mogelijkheden om door te kunnen gaan, zij het met een voorzichtiger communicatiewijze: […]”

“69. Dat het NTG met de door hem ingeroepen uitlatingen, inhoudende verwijzingen naar de Mededingingswet en naar de eigen tariefvrijheid van de TTL’s, zijn werkelijke bedoelingen en gedragingen heeft willen maskeren, kan ten slotte worden afgeleid uit verschillende citaten die zijn aangehaald in paragraaf 2.4 “Correct Calculeren”. Daaruit blijkt immers dat het NTG via de Genootschapspractica en de Genootschapsrubriek de leden voorrekent hoe en hen voorhoudt dat zij zoveel mogelijk alle posten van zijn referentielijst moeten doorberekenen en daarbij de referentie-tarieven hanteert. Een andere aanwijzing hiervoor is het feit dat het NTG […] in 2000, 2001 en 2002 de Genotschapsbulletins met de aangepaste referentielijst heeft doen vergezellen van voorbeeldbrieven waarmee de leden tandartsen (lees: afnemers) op de hoogte kunnen stellen van de tariefaanpassingen.”

“71. Gelet op voorgaande overwegingen moet worden geconcludeerd dat de door het NTG beweerde beleidswijziging strekkende tot het zich conformeren aan de Mededingingswet in werkelijkheid niet heeft plaatsgevonden.”

Besluit van een ondernemersvereniging

“80. Naar het oordeel van de d-g NMa vormen de referentielijsten en de daarin opgenomen tarieven en de wijze waarop het NTG deze presenteert de getrouwe uitdrukking van de wil van het NTG om het gedrag van zijn leden op de betrokken markt te coördineren en vormen deze derhalve besluiten van een ondernemingsvereniging in de zin van artikel 6 Mw. Diverse feiten en omstandigheden ondersteunen dit oordeel.

81. In het voorgaande is gebleken dat het NTG met de referentielijst en de erin opgenomen tarieven de leden wil bijstaan […]. Zij zijn bedoeld als een bruikbare indicatie en een belangrijk hulpmiddel voor de leden bij hun prijstelling […] en gebruikt als aansporing tot handhaving van de referentie-tarieven […].

82. De van bijna 500 posten en tarieven voorziene referentielijst wordt twee maal per jaar door het NTG geactualiseerd en aan de leden toegestuurd. In 1998 dringt het NTG er bij de leden op aan de tarieven uit de referentielijst te handhaven en aanpassingen direct in te voeren […]. Het NTG zet, bij toezending van de aangepaste referentielijsten, ook na 1998 zijn leden ertoe aan de aangepaste tarieven direct door te berekenen […]. Voorts zet het NTG de leden ertoe aan (tenminste) de referentietarieven te hanteren, door erop te wijzen dat de marges in de tandtechnische branche te smal zijn, alle mogelijke posten zoveel mogelijk doorberekend moeten worden en dat er redelijke winstmarges behaald moeten worden […]. Hierbij verwijst het NTG naar en/of maakt het gebruik van de referentietarieven.

83. Verder brengt het breed en regelmatig verspreiden van de adviezen terzake van de prijsstelling door het NTG op zich zelf al mee dat het in staat is het gedrag van de leden te coördineren en derhalve invloed heeft op de prijsstelling in de markt. Bovendien kan er van worden uitgegaan dat de leden de prijsadviezen opvolgen althans dat de tarieven bij de individuele prijsstelling van een lid een belangrijk ijkpunt vormen. Het is overigens voor de kwalificatie van de referentielijsten en de daarin opgenomen tarieven niet doorslaggevend in hoeverre de leden de tarieven hebben opgevolgd en of de leden al dan niet zijn gedwongen om de tarieven op te volgen, en evenmin of dit is gecontroleerd.

84. Het NTG kan, met circa 400 leden die zo’n 50% van het totaal aantal tandtechnici in Nederland en 70 tot 80% van de totale jaaromzet in de tandtechnische branche vertegenwoordigen, als een gezaghebbende brancheorganisatie worden beschouwd. Het effect van gedragingen van het NTG onder zijn leden dient niet te worden onderschat. Dit betekent dat het NTG met het verspreiden van prijsadviezen in staat is het gedrag van zijn leden te coördineren en derhalve invloed heeft op de prijsstelling in de markt.

85. De leden hebben een gemeenschappelijk, commercieel belang hun gedragingen te coördineren en de adviezen op te volgen. […] Door het beeld te schetsen dat een TTL een zwakkere onderhandelingspositie heeft ten opzichte van tandartsen en zorgverzekeraars, bevestigt het NTG dat zijn leden gebaat zijn bij een gemeenschappelijk beleid ten aanzien van prijzen.”

Mededingingsbeperking

“89. Uit gevestigde Europese jurisprudentie, de beschikkingspraktijk van de Europese Commissie en ook uit nationale jurisprudentie kan worden afgeleid dat adviezen en aanbevelingen van ondernemersverenigingen die betrekking hebben op (onderdelen van) prijzen en tarieven naar hun aard mededingingsbeperkend zijn en daardoor onder het verbod van artikel 81, lid 1 EG vallen. In zijn interpretatie van artikel 6 Mw volgt de d-g NMa deze lijn. Zelfs indien er geen sprake is van een afdwingbare plicht tot het volgen van een adviestarief, dan nog zijn bedoelde besluiten in strijd met artikel 6 Mw. In het geval van adviestarieven kunnen de leden van de ondernemersvereniging immers met een redelijke mate van zekerheid voorzien welk prijsbeleid hun concurrenten zullen volgen en aldus hun marktgedrag daarop afstemmen. Als gevolg daarvan vermindert de prijsconcurrentie.

90. Zoals in randnummer 25 van de Richtsnoeren Samenwerking Bedrijven uiteen is gezet vallen alle besluiten (inclusief aanbevelingen) van een ondernemersvereniging die betrekking hebben op prijzen en tarieven, met inbegrip van kortingen en toeslagen, onder het verbod van artikel 6 Mw en komen niet in aanmerking voor ontheffing op grond van artikel 17 Mw. Ook de onderhavige besluiten strekken ertoe de concurrentie op het gebied van prijzen te beperken en zijn derhalve in strijd met artikel 6 Mw.

91. De onderhavige besluiten in de praktijk van het NTG strekken ertoe de concurrentie op het gebied van prijzen te beperken en zijn aan te merken als mededingingsbeperkingen in de zin van artikel 6 Mw, zonder dat onderzoek naar de concrete gevolgen, waaronder de mate van opvolging, beslissend is. Voor de beoordeling hoeft niet te worden ingegaan op de concrete situatie waarin bedoelde adviezen mogelijk effecten sorteren. Dit houdt in dat een gedetailleerd onderzoek naar de (structuur van de) relevante markt en de aard van de diensten waarop de besluiten betrekking hebben achterwege kan blijven.

92. Bij het bepalen van de strekking van een mededingingsbeperking is het subjectieve oogmerk of de bedoeling van partijen niet beslissend.

93. Opgemerkt dient te worden dat TTL’s op de markt voor tandtechnische werkstukken met elkaar concurreren om de gunst van de tandarts. Het feit dat het NTG er voorstander van is dat zijn leden niet concurreren op prijs maar op kwaliteit, neemt niet weg dat deze concurrentie op prijs wel degelijk mogelijk is en gezien de nagestreefde marktwerking in de zorg ook gewenst is.”

96. […] In casu heeft het NTG zich niet beperkt tot het verspreiden van informatie om op basis van eigen kosten de tarieven te berekenen maar heeft het adviezen gegeven over te hanteren tarieven. Dergelijke besluiten vormen naar hun aard een beperking van de mededinging.

97. Het hier bedoelde mededingingsbeperkende karakter van de referentielijsten en de daarin opgenomen tarieven geldt des te meer nu in het onderhavige geval het NTG door zijn uitlatingen en activiteiten het belang van naleving van de referentielijst benadrukt en erop aanstuurt dat zijn leden de tarieven (als minimum) hanteren.”

Merkbaarheid

“99. Zoals aangegeven strekken de referentielijsten en de daarin opgenomen tarieven ertoe de concurrentie op het gebied van prijzen te beperken en moeten zij derhalve in beginsel als merkbaar mededingingsbeperkend worden aangemerkt. Slechts indien, wegens de zwakke positie van het NTG op de betrokken markt, de vastgestelde mededingingsbeperking de markt slechts in zeer geringe mate kan beïnvloeden, is er van een merkbare mededingingsbeperking geen sprake. Als aan dit criterium niet is voldaan, dan is een onderzoek naar de daadwerkelijke effecten niet noodzakelijk voor de vaststelling dat sprake is van overtreding van de mededingingsregels.

100. In de tandtechnische branche in Nederland zijn ongeveer 800 TTL’s actief, waarvan circa 400 lid zijn van het NTG (randnummer 18). Gekeken naar omzetgegevens vertegenwoordigen de leden van het NTG plus minus 70% à 80% van de totale jaaromzet in de branche […]. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de betrokken gedragingen van het NTG hoe dan ook merkbaar de mededinging beperken.

101. Bovendien is aannemelijk dat de onderzochte gedragingen ook feitelijk een coördinerend effect hebben op de door de leden van het NTG gehanteerde tarieven. De d-g NMa heeft aanwijzingen dat de leden van het NTG de adviestarieven daadwerkelijk hanteren.”

”104. Dankzij de NTG-referentielijst en deze prijsindicaties kunnen ook ondernemingen die geen lid zijn van het NTG met een redelijke mate van zekerheid voorzien welk prijsbeleid hun concurrenten zullen volgen. Op basis van dit gegeven is het aannemelijk dat de betrokken gedragingen van het NTG ook buiten de kring van de eigen leden de mededinging hebben beïnvloed, hetgeen de merkbaarheid van de gedraging van het NTG vergroot.

105. Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de Referentielijst van het NTG de mededinging merkbaar beperkt in de zin van artikel 6 Mw.”

Art. 81 EG

“108. Met betrekking tot de kwalificatie als ondernemingen en ondernemersverenigingen, overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedraging en met betrekking tot de (merkbare) mededingingsbeperking wordt verwezen naar al hetgeen hiervoor is opgemerkt aangezien de toetsing aan artikel 81, lid 1, EG in dit opzicht op geen enkele wijze afwijkt van de toetsing aan artikel 6, lid 1, Mw en de beoordelingen en conclusies derhalve dezelfde zijn.

109. Artikel 81, lid 1, EG kent echter nog het bijkomende vereiste van de ongunstige beïnvloeding van de handel tussen de Lid-Staten, dat hieronder aan de orde komt.”

111. Voor de toepasselijkheid van artikel 81, lid 1, EG is het niet nodig aan te tonen dat het individuele gedrag van iedere deelnemer het handelsverkeer tussen de Lid-Staten kan beïnvloeden. Op grond van artikel 81, lid 1, EG is slechts vereist, dat de concurrentiebeperkende overeenkomsten en/of onderling afgestemde feitelijke gedragingen de handel tussen Lid-Staten kunnen beïnvloeden.

112. Het onderwerp van dit rapport is de NTG-referentielijst, welke coderingen en tarieven bevat voor (onderdelen van) tandtechnische handelingen en werkstukken vervaardigd en afgeleverd door TTL’s. In beginsel heeft de referentielijst betrekking op leveringen in heel Nederland. Een tandtechnisch werkstuk is zodanig van aard dat grensoverschrijdende levering mogelijk is. Het NTG heeft aangegeven dat tandtechnische werkstukken in toenemende mate worden geïmporteerd uit Oost-Europa en Azië. Hoewel deze landen buiten de Europese Unie (hierna: EU) zijn gelegen, blijkt hieruit dat grensoverschrijdende levering van tandtechnische werkstukken en hele protheses feitelijk kan plaatsvinden. Tevens heeft het NTG aangegeven dat grensoverschrijdende levering, zowel import als export, binnen de EU ook daadwerkelijk voorkomt. Ten aanzien van de Nederlandse situatie betreft dit met name import van TTL’s uit België en Duitsland. Ten slotte moet worden opgemerkt dat ook onderdelen voor tandtechnische werkstukken worden geïmporteerd uit verschillende landen binnen de EU.

113. Vanwege de landelijke dekking van de NTG-referentielijst en vanwege de aard van het product moet worden geconcludeerd dat als gevolg van de onderzochte gedragingen, de tussenstaatse handel merkbaar kan worden beïnvloed in de zin van artikel 81, lid 1, EG.”

Conclusie

“114. Betrokken gedragingen van het NTG, in het bijzonder het opstellen en uitbrengen van de referentielijsten, strekken ertoe en hebben tot gevolg dat de mededinging merkbaar wordt beperkt en zijn derhalve in strijd met van artikel 6, eerste lid, Mw en artikel 81, eerste lid, EG.”

Boete

Boeterichtsnoeren worden niet toegepast

“121. Met het oog op een transparante toepassing van zijn in artikel 56 Mw neergelegde discretionaire bevoegdheid, heeft de d-g NMa op 19 december 2001 Richtsnoeren boetetoemeting vastgesteld en bekendgemaakt. […] Bij ondernemersverenigingen dient de betrokken omzet van de daarvan deeluitmakende in aanmerking te worden genomen. De d-g NMa past de Richtsnoeren boetetoemeting echter in dit geval niet toe aangezien, zoals hierna zal worden toegelicht, in dit geval onverkorte toepassing tot evidente onbillijkheid zou leiden.”

Ernst van de overtreding, rekenfactor zou 0,5 zijn indien Boeterichtsnoeren zouden worden toegepast

“123. De besluiten van het NTG zien op prijzen en dienen om deze reden ten minste als zware overtredingen te worden aangemerkt. Onder omstandigheden kunnen er redenen zijn om dergelijke besluiten aan te merken als zeer zware overtredingen. Dergelijke omstandigheden doen zich in het onderhavige geval niet voor. In dit verband hecht de d-g NMa onder meer waarde aan de omstandigheid dat de betrokken besluiten, welke een niet-bindend karakter hebben, plaatsvinden binnen het raamwerk van vele andere activiteiten ten behoeve van de leden, die het NTG als branchevereniging gerechtigd (was en) is uit te voeren. Voorts geldt wat betreft de individuele leden dat zij lid zijn van en daarmee betrokken zijn bij het NTG als ondernemersvereniging die zich schuldig heeft gemaakt aan mededingingsrechtelijke overtredingen, doch ten aanzien van de totstandkoming van de betrokken besluiten van het NTG geldt dat hun geen individuele rol van betekenis kan worden toegeschreven. Evenmin is uit de feiten naar voren gekomen dat het NTG een forum zou zijn voor een met het kartelverbod strijdige onderlinge afstemming tussen bepaalde leden.

124. Voor de vaststelling van de hoogte van de boete is in dit geval voorts het volgende van belang. Het NTG is een branchevereniging met vele leden. De gedragingen waarmee het NTG de Mededingingswet heeft overtreden, betreffen besluiten in de vorm van niet-bindende beslissingen, “aanbevelingen” aan hun leden, waarvan het de bedoeling c.q. de wil van de betrokken ondernemersvereniging was dat ze door de leden worden opgevolgd. Niet is gebleken dat het NTG dwang heeft uitgeoefend. Wel is komen vast te staan dat het NTG er bij de leden op heeft aangedrongen de adviestarieven te hanteren. Verder acht de d-g NMa van belang dat het NTG heeft getracht zijn gedragingen en werkelijke bedoelingen, zoals omschreven in randnummers 66 t/m 70, te verhullen.
[…]
126. Ten aanzien van de effecten van de gedragingen van het NTG kan worden verwezen naar hetgeen is overwogen in randnummers 93 t/m 104. De d-g NMa is, onder meer vanwege het feit dat de referentie-tarieven actueel zijn gehouden door het NTG, en niet alleen twee maal per jaar aan de leden zijn toegezonden maar ook op intensieve wijze door middel van Genootschapspractica en Genootschapsrubrieken met de leden zijn gecommuniceerd, alsmede aan andere organisaties zoals het NMT en de VLHT zijn toegezonden en ook voor onder meer tandartsen en zorgverzekeraars als richtinggevend gelden, van mening dat de onderzochte gedragingen van het NTG zeker weerslag op het prijsbeleid van zijn leden en van niet-leden en op de prijzen van tandtechnische handelingen en werkstukken moeten hebben (gehad). Het argument van het NTG dat van aantoonbare negatieve effecten van de gedragingen van het NTG niet zou zijn gebleken, kan daarom niet worden gevolgd.

127. Een en ander in aanmerking nemend zou de d-g NMa bij toepassing van de Richtsnoeren boetetoemeting een rekenfactor 0,5 aangewezen achten.”

Vaststelling van de hoogte van de boete

“128. De d-g NMa zou bij onverkorte toepassing van de Richtsnoeren boetetoemeting van de betrokken omzet een schatting kunnen maken indien deze niet op basis van de verstrekte informatie kan worden bepaald. Zoals gesteld in randnummer 19 wordt in dit besluit uitgegaan van een omzet in de tandtechnische branche in Nederland van ten minste EUR 160 miljoen. In ieder geval 70% hiervan komt voor rekening van de leden van het NTG. Derhalve wordt de omzet (voor het jaar 2001) op EUR 112 miljoen geschat. De overtreding heeft 5 jaar en 11 maanden geduurd (randnummer 115). Aldus kan de betrokken omzet worden geschat op EUR 660 miljoen. Gelet op het navolgende kan in het onderhavige geval met deze schatting van de betrokken omzet worden volstaan.

129. Hoewel een van de bovenstaande omzet afgeleide boete recht zou doen aan de omvang van de economische activiteiten die door de mededingingsrechtelijke overtredingen zijn geraakt en langs welke weg de potentiële schade aan de mededinging is toegebracht, zou onverkorte toepassing van de Richtsnoeren boetetoemeting in het onderhavige geval naar de mening van de d-g NMa leiden tot een evident onbillijke uitkomst. Hierbij wordt mede gelet op het type overtreding, die als zwaar wordt gekwalificeerd en niet als zeer zwaar, en op het feit dat het hier een ondernemersvereniging betreft waarbij de door de leden gegenereerde totale omzet hoog is, doch welke leden, zoals hierboven is aangegeven, geen individuele rol van betekenis kan worden toegeschreven. De d-g NMa meent daarom dat ten aanzien van het NTG oplegging van een in omvang aanzienlijk beperktere boete is aangewezen, waarbij acht wordt geslagen op het uitgangspunt van preventieve werking en het vereiste van proportionaliteit.

130. Het NTG heeft gesteld dat het reeds vrijwillig tegemoet is gekomen aan de door de d-g NMa geuite bezwaren en dat het zulks aan zijn leden heeft gecommuniceerd, dat het NTG reeds door schade als gevolg van de door NMa geinitieerde publiciteit is bestraft en dat de onderhavige zaak vergelijkbaar is met ANKO. Wat het eerstgenoemde punt betreft, stelt de d-g NMa vast dat dit grotendeels juist is. Zie in dit verband de randnummers 139 en 140. Het tweede punt kan niet van invloed zijn op het vaststellen van de hoogte van de boete aangezien het NTG op geen enkele wijze aannemelijk en concreet heeft gemaakt dat en hoeveel schade als gevolg van publiciteit het heeft geleden. Bovendien zij verwezen naar hetgeen is overwogen in randnummer 49. Ten slotte heeft ook het laatstgenoemde punt geen consequenties voor de vaststelling van de hoogte van de boete. Immers, in de zaak ANKO zijn naast de onderzochte gedragingen ook nog mededingingsbeperkende gedragingen gestaakt die geen onderdeel uitmaakten van het rapport, hetgeen in de onderhavige kwestie niet aan de orde is. Bovendien hebben de onderzochte gedragingen in de onderhavige kwestie voortgeduurd na het besluit in de zaak ANKO, terwijl in dat besluit is bevestigd dat prijsaanbevelingen strijdig zijn met de Mededingingswet.

131. Een en ander in aanmerking nemende wordt de boete voor het NTG vastgesteld op EUR 400.000.

132. Naar het oordeel van de d-g NMa leidt oplegging van bedoelde boete niet tot onbillijkheid. Daarbij wordt niet alleen de huidige financiële middelen van het NTG, geïndiceerd door de omvang van de jaarcontributie van de NTG-leden welke EUR 400.000 bedraagt, in aanmerking genomen, doch tevens het feit dat de branchevereniging rechtstreeks invloed heeft op de eigen financiële positie door het vaststellen van de hoogte van de jaarcontributie van de leden.
[…]
134. Wat betreft de stelling van het NTG dat ambtenaren van de NMa tijdens een eerder bezoek aan het NTG in juni 2000 mondeling hun goedkeuring zouden hebben gegeven aan het beleid, de handelwijze of de referentielijst van het NTG, hebben de twee medewerkers van de NMa aangegeven dat er geen uitspraken of toezeggingen over de referentielijst zijn gedaan. Hierover is door de betrokken ambtenaren van de NMa ook geen melding gemaakt in het Verslag van Ambtshandelingen. Bovendien heeft het NTG voor zijn stelling geen enkel bewijs aangedragen.

135. Ten tweede blijkt dat de bureausecretaris van het NTG vervolgens alleen telefonisch contact heeft gehad met (de publiekslijn van) de NMa en de situatie slechts mondeling heeft voorgelegd. Aangezien de NMa zonder inzage in stukken zich geen goed oordeel kan vormen, geeft de NMa nooit een schriftelijke, formele beoordeling van een zaak op basis van telefonische informatie. Dit is ook medegedeeld tijdens het telefonisch contact. Naar aanleiding van een brief d.d. 1 maart 2001 waarin het NTG door de VLHT op de hoogte wordt gesteld van het feit dat de VLHT in verband met strijdigheid van de referentielijst met de Mededingingswet, haar leden geen concrete prijswijzigingen meer doorgeeft, verzoekt overigens het NTG-bestuur aan de bureausecretaris om “eea opnieuw voor te leggen aan de NMa en ditmaal schriftelijk uitsluitsel te vragen”.”

Last onder dwangsom

“139. Het NTG heeft bij brief van d.d. 3 februari 2004, derhalve twee maanden na het verschijnen van het rapport, de NMa laten weten; i) de referentielijst met daarin opgenomen de tarieven niet meer uit te brengen, ii) de Genootschapsrubriek “Correct Calculeren” in het TTM te hebben stopgezet, iii) de Genootschapspractica “Correct Calculeren” te staken en iv) zich te onthouden van (andere) uitlatingen of activiteiten aangaande de referentie-tarieven. Het NTG heeft de leden hiervan op de hoogte gesteld middels het ‘Genootschapsbulletin’ nr. 176 van februari 2004 en tijdens een vijftal regiobijeenkomsten in januari 2004.

140. Geconstateerd is echter op 17 maart 2004 en 8 april 2004, dat op het voor leden bestemde deel van de website van het NTG lijsten met referentietarieven per 1 april 2001 en per 1 april 2002 staan. In verband hiermee acht de d-g NMa het passend het NTG een last onder dwangsom op te leggen op grond van artikel 56, eerste lid, jo. 58, eerste lid, Mw. [Zie voor de last hieronder bij ‘Besluit’.]

142. Bovengenoemde last geldt gedurende twee jaar.

143. Bij de vaststelling van de dwangsom is rekening gehouden met een redelijke verhouding tussen de dwangsom enerzijds en het geschonden belang en de beoogde werking van de oplegging daarvan anderzijds. Met de last wordt beoogd een situatie te bereiken, waarin de jarenlange praktijk van het vaststellen van adviesprijzen door het NTG wordt doorbroken en de leden van het NTG zich niet meer richten naar reeds uitgevaardigde adviesprijzen; dit alles in overeenstemming met hetgeen door de Mededingingswet wordt voorgeschreven.

144. Bij de vaststelling van de hoogte van de dwangsom is in aanmerking genomen dat de dwangsom een daadwerkelijke prikkel dient te zijn tot naleving van de last. De dwangsom is gerelateerd aan toekomstige gedragingen, niet aan gedragingen in het verleden. De hoogte van de dwangsom wordt niet bepaald door een verwijt dat de geadresseerde al dan niet wordt gemaakt, maar door de beoogde werking als prikkel tot naleving.

145. Het belang van de mededinging bij het opheffen, ex artikel 63, lid 1, Mw, van de opschortende werking van bezwaar en beroep ten aanzien van de opgelegde last onder dwangsom weegt zwaarder dan de daar tegenover staande belangen van het NTG. Deze opschortende werking wordt derhalve op basis van artikel 63, lid 2, Mw opgeheven.”

Besluit

De d-g NMa:

a. legt het NTG een boete op van EUR 400.000;

b. legt het Nederlands Tandtechnisch Genootschap de volgende last op:
het Nederlands Tandtechnisch Genootschap dient uiterlijk met ingang van vier weken na bekendmaking van dit besluit aan hem definitief al de lijsten met referentietarieven van zijn website te verwijderen en verwijderd te houden althans de referentietarieven uit die lijsten te verwijderen en verwijderd te houden. Voor publicatie van tariefadviezen op internet na deze vier weken zal het Nederlands Tandtechnisch Genootschap een dwangsom verbeuren van EUR 500,- per dag dat het adviestarieven op internet vermeldt. Het bedrag waarboven het Nederlands Tandtechnisch Genootschap geen dwangsom meer verbeurt, bedraagt EUR 75.000,--.

c. Bepaalt dat artikel 63, lid 1, Mw niet geldt met betrekking tot onder b) bedoelde de last onder dwangsom.

Volledig besluit

Copyright Amilla