Kamervragen, met antwoord, over mogelijke prijsafspraken voor isolatieproject Schiphol

Vragen van het lid Gerkens (SP) aan de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat over mogelijke prijsafspraken voor het isolatieproject bij Schiphol. (ingezonden 23 december 2003) met het antwoord van de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat
Ontvangen 29 maart 2004
Kamervragen met antwoord II 2003-2004, nr. 1179

Vraag 1
“Wat is uw mening over het bericht dat er prijsafspraken zijn gemaakt rondom het isolatieproject voor woningen bij Schiphol?”

Antwoord
“Zie de algemene inleiding van deze brief (Kamerstuk 29 378, nr.7).”

Vraag 2
“Kent u het rapport van Schiphol en KLM over de prijsafspraken bij dit project? Zo ja, wat is uw mening hierover?”

Antwoord
“Ik heb dit rapport ontvangen.Het rapport bespreekt aspecten waar ik pas op kan reageren zodra het rapport van de Algemene Rekenkamer door mij ontvangen is. Voor wat betreft prijsafspraken verwijs ik u naar de algemene inleiding van deze brief (Kamerstuk 29 378, nr.7).”

Vraag 3
“Is het oprichten van een gezamenlijk vennootschap tegen de Europese aanbestedingsregels? Zo ja, waarom heeft u dit dan toegestaan?”

Antwoord
“Nee.De vragensteller refereert aan de vorming van de VOF dB-2000. Van strijd met Europese aanbestedingsregels is geen sprake, aangezien de combinatievorming na gunning plaatsvond en het voor de andere inschrijvers geen nadelige gevolgen heeft gehad.Bovendien was de vorming van een combinatie, mits toelaatbaar volgens mededingingswetgeving, bij inschrijving al mogelijk.”

Vraag 4
“Wat is volgens u de reden dat de prijzen na de aanbesteding tot zo’n 33% hoger liggen dan bij de inschrijving?”

Antwoord
“Zie algemene inleiding inzake kostenontwikkeling (Kamerstuk 29 378, nr.7).”

Vraag 5
“Onderschrijft u de uitspraak van KLM dat er sprake is van «falend overheidstoezicht»? Zo neen, waarom niet? Zo ja wat gaat u ondernemen?”

Antwoord
“Signalen over de rol van de overheid bij de geluidsisolatie, waaronder het jaarverslag van de Algemene Rekenkamer in 2002, hebben mij doen besluiten om een aantal verbeteringen door te voeren (zie algemene inleiding) en een nader onderzoek door de Algemene Rekenkamer te laten uitvoeren. Zodra het rapport van de Algemene Rekenkamer binnen is, zal ik mijn mening vormen ten aanzien van de door u gestelde vragen.”

Copyright Amilla