|
Kamervragen, met antwoord, over fraude bij ‘kleine
bouwers’
Vragen van de leden Vos en Duyvendak (beiden GroenLinks) aan de
ministers van Economische Zaken en van Justitie over de fraude bij
«kleine bouwers» (ingezonden 2 maart 2004) met het antwoord van de
minister van Economische Zaken
Ontvangen 2 april 2004
Kamervragen met antwoord II 2003-2004, nr. 1238
Vraag 1
“Deelt u de analyse dat ook bij de kleinere bedrijven
prijsafspraken gemaakt worden ten aanzien van kleine bouwprojecten en
dat deze fraude nog steeds actueel is?
Antwoord
“Tijdens de parlementaire enquête Bouwnijverheid is aan de orde
gekomen dat er in de bouwsector prijsafspraken worden gemaakt.Ook
daarna is uit verschillende onderzoeken van de NMa gebleken dat er in
de bouwsector veel verboden prijsafspraken zijn gemaakt. Ook (recente)
berichten in de media wijzen erop dat op grote schaal verboden
afspraken zijn gemaakt tussen bouwbedrijven.Ik heb geen reden om aan
te nemen dat het verboden kartelgedrag uitsluitend plaats gevonden
heeft bij de grote bouwbedrijven.
Na de parlementaire enquête is de NMa haar onderzoek gestart in de
grond-, weg- en waterbouwsector, aangezien daar de meest concrete
aanwijzingen waren.De NMa breidde haar onderzoek sinds 2002 uit van de
grond-, weg- en waterbouwsector naar aanverwante en andere segmenten,
zoals naar de B&U-sector.Het NMa-onderzoek is derhalve breed en richt
zich niet uitsluitend op één bepaald segment of uitsluitend op grote
bouwondernemingen en grote aanbestedingen.
Zo
legde de NMa in december 2003 boetes op aan kleine aannemers voor een
kartelafspraak rond een klein werk in Amsterdam Noord.Dit betrof een
aanbesteding van eind 2003.”
Vraag 2
“Bent u van mening dat het huidige pakket voornemens naar
aanleiding van de enquête bouwnijverheid naar grote bouwprojecten
voldoende is om ook deze fraude aan te pakken? Kunt u dit toelichten?”
Antwoord
“Het huidige pakket voornemens naar aanleiding van de
parlementaire enquête is ook toereikend om deze fraude aan te
pakken.De regieraad bouw die ingesteld is heeft bepaald een bredere
scope dan alleen het grote bouwbedrijfsleven.De aanbestedingsregels
worden helderder.Deze regels richten zich ook op kleinere bouwers.De
NMa heeft een speciale taakgroep voor de bouw, met extra capaciteit
voor onderzoeken in deze sector.Deze taakgroep doet ook – in
voorkomend geval – onderzoek naar kleine en middelgrote
bouwondernemingen. Naar aanleiding van de parlementaire enquête
Bouwnijverheid is ook in het kabinetsstandpunt Evaluatie
Mededingingswet tot uitdrukking gekomen dat de bevoegdheden van de NMa
om prijsafspraken te kunnen ontdekken versterkt moet worden.In het
kabinetsstandpunt stelt het kabinet dan ook voor de bevoegdheden en
het sanctie-instrumentarium van de NMa te verscherpen.V ersneld zal ik
twee bevoegdheden van NMa verscherpen: introductie van de mogelijkheid
tot binnentreden in privé-woningen en hogere boetes op niet-meewerken
aan NMa-onderzoek. Met deze maatregelen – regieraad,
aanbestedingsregels, bevoegdheden en capaciteit NMa – hoop ik in de
gehele bouwsector (groot-, klein- en middenbedrijf) een cultuuromslag
te bereiken.”
Vraag 3
“Bent u bereid nader onderzoek te doen om de omvang en oorzaak van
deze vorm van bouwfraude boven tafel te krijgen?”
Antwoord
“De parlementaire enquêtecommissie bouwnijverheid deed reeds
uitvoerig onderzoek naar de bouwfraude.De NMa houdt aanbestedingen in
het algemeen en in de bouw in het bijzonder als een belangrijke
handhavingprioriteit voor het jaar 2004.Bij deze aandacht voor de
sector bouw, maakt de NMa in beginsel geen onderscheid tussen midden-
en kleinbedrijf enerzijds en grootbedrijf anderzijds.Naar aanleiding
van de oproep aan bouwbedrijven om «schoon schip» te maken voor 1 mei
2004, die óók gericht is aan kleinere bouwondernemingen, komt bij de
NMa meer informatie uit schaduwboekhoudingen beschikbaar. Het lijkt
mij niet opportuun op dit moment nog een algemeen onderzoek te doen
naar omvang of oorzaak van bouwfraude.Het beleid van het kabinet is er
op gericht om een cultuuromslag te bereiken in de bouwsector.
Een onderdeel van dat beleid is dat de NMa overtredingen van het
kartelverbod onderzoekt en sanctioneert.” |