|
Kamervraag, met antwoord, over
de
inkomsten van orthodontisten
Vragen van de leden Arib en Heemskerk (beiden PvdA) aan de minister
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de inkomsten van
orthodontisten (ingezonden 25 maart 2004) met het antwoord van de
minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Ontvangen 20 april 2004
Kamervragen met antwoord II 2003-2004, nr. 1399
Alleen vraag 8 heeft betrekking op de NMa/Mededingingwet (zie
hier
voor alle vragen):
“Bent u bereid de NMA op korte termijn een onderzoek te laten doen
naar mogelijke onderling gemaakte afspraken tussen de orthodontisten,
en hierover de Kamer te (doen) informeren?”
Het antwoord van de minister op deze vraag luidt:
“De NMa is niet de eerst aangewezen instantie om deze kwestie te
onderzoeken, omdat voorzover er door orthodontisten onderling
afspraken zijn gemaakt gericht op het frustreren van het onderzoek van
de FIOD-ECD deze niet van het type onderlinge afspraken zijn waar de
NMa zich op richt. De NMa richt zich immers ingevolge de
Mededingingswet op onderlinge afspraken tussen ondernemingen die
gericht zijn op de verstoring van de marktwerking.” |