|
Wijziging Telecommunicatiewet; inwerkingtreding 19 mei
2004
Wet van 22 april 2004 tot wijziging van de Telecommunicatiewet en
enkele andere wetten in verband met de implementatie van een nieuw
Europees geharmoniseerd regelgevingskader voor elektronische
communicatienetwerken en -diensten en de nieuwe dienstenrichtlijn van
de Commissie van de Europese Gemeenschappen
Wet van 22 april 2004
Stb. 2004, 189
De wet wijziging van de Telecommunicatiewet (“Tw”) is op 22 april 2004
ondertekend en inmiddels in het Staatsblad gepubliceerd. Deze wet is
in werking getreden op 19 mei 2004 (Stb. 2004, 207). Hieronder
volgen de bepalingen die betrekking hebben op de NMa.
Artikel 15.1, tweede lid, nieuwe Tw:
“Met het toezicht op de naleving van artikel 6a.20, derde lid,
zijn belast de bij besluit van de directeur-generaal van de
Nederlandse mededingingsautoriteit aangewezen ambtenaren.” (In artikel
6a.20, derde lid, is bepaald: “3. Een verticaal geïntegreerde openbare
onderneming die elektronische communicatienetwerken aanbiedt en
daarbij beschikt over een economische machtspositie op de
gemeenschappelijke markt of op een wezenlijk onderdeel daarvan als
bedoeld in artikel 82 van het EG-verdrag, verleent aan andere
ondernemingen op hun verzoek onder gelijke voorwaarden toegang als die
welke onder gelijke omstandigheden gelden voor haarzelf of haar
dochterondernemingen.” Volgens het eerste lid van artikel 6a.20 is een
openbare onderneming: “onderneming waarop een krachtens het
publiekrecht ingestelde rechtspersoon rechtstreeks of middellijk een
dominerende invloed kan uitoefenen.”)
Artikel 15.2, derde lid, nieuwe Tw:
“Ingeval van overtreding van artikel 6a.20, derde lid, kan de
directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit de
overtreder een last onder dwangsom opleggen. De artikelen 56, tweede
tot en met vierde lid, en 58 van de Mededingingswet zijn van
overeenkomstige toepassing.”
In de artikelen 15.8, vierde lid, 15.9, tweede lid, 15.10, derde en
vierde lid, en 15.14, eerste lid, wordt «Onze Minister,
onderscheidenlijk het college» vervangen door: Onze Minister, het
college, onderscheidenlijk de directeur-generaal van de Nederlandse
mededingingsautoriteit.
Artikel 15.10, eerste en tweede lid, komt te luiden:
1. Bij beschikking wordt opgelegd:
a. een boete als bedoeld in artikel 15.4, eerste lid: door Onze
Minister;
b. een boete als bedoeld in artikel 15.4, tweede of vierde lid: door
het college;
c. een boete als bedoeld in artikel 15.4, derde lid, en een last onder
dwangsom als bedoeld in artikel 15.2, derde lid: door de
directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit.
2. In de beschikking wordt in elk geval vermeld:
a. de overtreding terzake waarvan zij is gegeven, alsmede het
overtreden wettelijk voorschrift;
b. indien een boete wordt opgelegd de te betalen geldsom, alsmede een
toelichting op de hoogte daarvan;
c. indien een last wordt opgelegd de inhoud van de last en de termijn
waarvoor deze geldt.
Artikel 18.19 nieuwe Tw:
“In afwijking van artikel 24 van de Wet Onafhankelijke post- en
telecommunicatieautoriteit, onderscheidenlijk artikel 91 van de
Mededingingswet, verstrekken het college en de directeur-generaal van
de Nederlandse mededingingsautoriteit elkaar op verzoek de gegevens of
inlichtingen die van betekenis zijn of kunnen zijn voor de uitoefening
van de taken en bevoegdheden die bij of krachtens de
Telecommunicatiewet aan het college zijn opgedragen, respectievelijk
zijn verleend, mits:
a. de geheimhouding van de gegevens of inlichtingen in voldoende mate
is gewaarborgd, en
b. voldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet
zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze worden
verstrekt.”
“ARTIKEL XIV
Indien het bij koninklijke boodschap van 19 maart 2001 ingediende
voorstel van wet, houdende wijziging van de Mededingingswet in verband
met het omvormen van de Nederlandse mededingingsautoriteit tot
zelfstandig bestuursorgaan (27 639) tot wet is verheven en in werking
treedt voordat deze wet in werking treedt, wordt deze wet als volgt
gewijzigd:
a. In artikel I, onderdeel A, komt artikel 1.1, onderdeel c, te
luiden:
c. raad van bestuur van de mededingingsautoriteit: raad van bestuu
van de Nederlandse mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 2 van
de Mededingingswet;
b. In artikel I, onderdelen Be, Bf, Bh, Bk, Bl en Bx wordt
«directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit» telkens
vervangen door: de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit.”
“ARTIKEL XVIII
Indien zowel het bij koninklijke boodschap van 18 december 2000
ingediende voorstel van wet, houdende wijziging van de Algemene wet
bestuursrecht en enige andere wetten in verband met de mogelijkheid om
de bezwaarschriftenprocedure met wederzijds goedvinden buiten
toepassing te laten (rechtstreeks beroep) (27 563), tot wet is
verheven en in werking treedt, als het bij koninklijke
boodschap van 19 maart 2001 ingediende voorstel van wet, houdende
wijziging van de Mededingingswet in verband met het omvormen van het
bestuursorgaan van de Nederlandse mededingingsautoriteit tot
zelfstandig bestuursorgaan (27 639), tot wet is verheven en in werking
treedt, vervallen met ingang van een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip de artikelen 93, derde tot en met zesde lid, van de
Mededingingswet, 82, vierde en vijfde lid, van de
Elektriciteitswet 1998, 61, vierde en vijfde lid, van de Gaswet,
alsmede de zinsnede «, met uitzondering van artikel 93, zesde lid» in
onderdeel 1 van de bijlage bij de Wet bestuursrechtspraak
bedrijfsorganisatie.” |