|
Publieke moraal; uitbreiding NMa met 71 fte en
bevoegdheden
Publieke moraal; brief van de minister van Justitie aan de Voorzitter
van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
4 mei 2004
Kamerstukken II 2003-2004, 29454, nr. 5
Deze brief bevat een toelichting door de minister op de in gang
gezette acties en een reactie op de voorstellen die zijn gedaan in het
debat.
“4. Uitbreiding van de bevoegdheden van de Autoriteit financiële
markten en de Nma
[...] Tijdens de laatste begrotingsronde is de NMa reeds
uitgebreid met 71 fte. Door deze toezegging van het kabinet wordt
tevens tegemoet gekomen aan de motie-Atsma (TK 2002–2003 28 244, nr.
32) om de handhaving van de mededingingswet verder te versterken.
Daarnaast zal deze extra capaciteit ingezet worden om de processen
binnen de NMa verder te verbeteren. De handhaving van de
Mededingingswet door de NMa behoeft geen verdere
capaciteitsuitbreiding. Een verbetering en versterking van de
instrumenten van de NMa en het verder verbeteren van de interne
procesvoering binnen de NMa verdient de voorkeur. De Minister van
Economische Zaken zal binnenkort voorstellen aan de Tweede Kamer doen
toekomen ter versterking van de instrumenten van de NMa naar
aanleiding van de evaluatie van de Mededingingswet.
De Minister van Economische Zaken heeft reeds voorstellen aan de
Tweede Kamer doen toekomen ter versterking van de instrumenten van de
NMa naar aanleiding van de evaluatie van de Mededingingswet. De
discussie over de bevoegdheden van de NMa kan derhalve gevoerd worden
aan de hand van het kabinetsstandpunt Evaluatie Mededingingswet (TK
2003–2004 29 272, nr. 1) dat op 23 oktober 2003 aan de Tweede Kamer is
verstuurd. In dit kabinetsstandpunt wordt voorgesteld de
NMa-bevoegdheden te versterken en de sancties op formele inbreuken
flink op te trekken. De sancties op materiële inbreuken aan
ondernemingen zijn in het algemeen voldoende afschrikwekkend. In het
kabinetsstandpunt wordt ook aangekondigd dat het introduceren van
boetes op materiële inbreuken aan personen wenselijk is: er worden
voorstellen gedaan om boetes aan feitelijk leidinggevenden en
opdrachtgevers van kartelgedrag op te kunnen leggen.
Versneld zal de Minister van Economische Zaken de NMa-bevoegdheden op
twee belangrijke punten aanscherpen: (1.) een wettelijke regeling die
de NMa de bevoegdheid tot het binnentreden van privé-woningen geeft en
(2.) een wettelijke regeling die het de NMa mogelijk maakt
geloofwaardige, hogere boetes op niet-meewerken aan NMa-onderzoek op
te leggen. Met de bovengenoemde voorstellen is het instrumentarium van
de NMa voldoende om de Mededingingswet effectief te handhaven. De
sancties zullen na de voorgestelde wijzigingen in beginsel voldoende
afschrikwekkend zijn.
De suggestie om te komen tot een omkering van bewijslast in een
procedure wordt echter onwenselijk geacht. Dit staat op gespannen voet
met Europees Recht. Afspraken die doelbewust de Mededingingswet
omzeilen zijn zogenaamde hardcore (kartel)afspraken en vallen onder
verboden prijsafspraken van artikel 6 van de Mededingingswet. De NMa
is belast met de uitvoering van de Mededingingswet en kan bij bewezen
inbreuken sancties opleggen.” |